Verwerkingscapaciteit fipronilmest BMC Moerdijk omlaag

MOERDIJK 16 oktober 2017 – Energiecentrale BMC Moerdijk heeft sinds het uitbreken van de fipronilcrisis ruim 17.000 ton fipronilmest verwerkt, op aanwijzing van het ministerie van Economische Zaken en de NVWA. Samen met onze logistieke partner Orgafert levert BMC daarmee een maximale bijdrage aan het verwijderen van verontreinigde mest bij getroffen pluimveehouders. Ondanks de inspanningen is een wachtlijst ontstaan. Deze willen we graag nog voor het einde van het jaar wegwerken. Wanneer dat gebeurd is, heeft BMC de met het ministerie besproken hoeveelheid fipronilmest die zij in 2017 kan verwerken, verwerkt. Nieuwe aanmeldingen van fipronilmest worden nog wel aan de wachtlijst toegevoegd maar wij kunnen deze mest niet meer in 2017 verwerken.

 

Toelichting

Onze centrale heeft dit najaar te maken met tussentijds onderhoud, in de aanloop naar een grondige revisie in 2018. Tijdens zo’n revisie wordt onze centrale geheel stilgelegd. De planning van de werkzaamheden is gemaakt ruim vóórdat de fipronilcrisis zich openbaarde.


Onderhoud en revisie hebben grote gevolgen voor de totale hoeveelheid pluimveemest die BMC kan verwerken. Terwijl wij onze contractuele verplichtingen -de mest bij onze vaste leveranciers op te halen- gewoon dienen na te komen. Begin 2018 zal BMC daarom opnieuw bekijken welke mogelijkheden we in het nieuwe jaar hebben om fipronilmest te verwerken.

 

Nu BMC de huidige verwerkingscapaciteit voor fipronilmest noodgedwongen moet beperken, omdat we de ontstane wachtlijst voor het einde van het jaar willen wegwerken, wordt eens temeer duidelijk dat er behoefte is aan alternatieven.

 

Tot slot

BMC Moerdijk is een energiecentrale waar uitsluítend pluimveemest wordt verwerkt. Wij kennen de pluimveesector goed en we voelen ons verbonden met pluimveehouders. We begrijpen daarom dat dit bericht ongemak veroorzaakt. Toch zal BMC er alles aan blijven doen om zoveel als mogelijk te helpen bij de verwerking van verontreinigde pluimveemest. 


Verwerking van fipronilmest vergt meer tijd

MOERDIJK 17 augustus 2017 – Op aanwijzing van het ministerie van Economische Zaken en de NVWA wordt sinds ruim een week bij energiecentrale BMC Moerdijk pluimveemest verwerkt, die het bestrijdingsmiddel fipronil bevat. Na de eerste ervaringen met de verwerking van deze mest is besloten de dagelijks te verwerken hoeveelheid fipronilmest te beperken. Getroffen pluimveehouders kunnen daarom vanaf 21 augustus op werkdagen maximaal 200 ton pluimveemest per dag naar BMC Moerdijk laten afvoeren.

 

BMC Moerdijk krijgt met de aangeleverde fipronilmest een groter gehalte aan leghennenmest, vergeleken met de mest die BMC afneemt van de bij Coöperatie DEP aangesloten pluimveehouders. Operationeel directeur Luc Westdorp: “Leghennenmest bevat meer fosfaat en dat heeft invloed op het verwerkingsproces en op de kosten daarvan. Er zijn verschillende  manieren om daarmee om te gaan. Wat we níet willen is de kosten voor getroffen pluimveehouders verder op laten lopen. Onze intentie is te helpen bij de problemen die fipronil in de gehele pluimveesector veroorzaakt. We hebben besloten de hoeveelheid fipronilmest die we per dag verwerken aan te passen en hebben dat afgestemd met EZ.

 

Algemeen directeur Kees de Regt vult aan: “We verwerken die fipronilmest dus wel, alleen het duurt wat langer dan gehoopt.” De Regt vindt de kritiek dat BMC Moerdijk zou willen profiteren van de fipronil crisis onterecht: “In 2006 hebben ongeveer 600 pluimveehouders besloten fors te investeren in hun eigen duurzame verwerking van pluimveemest. Het is niet meer dan logisch dat -wanneer EZ en NVWA besluiten dat fipronilmest bij BMC moet worden verwerkt-  niet-aangesloten pluimveehouders daar een toeslag voor betalen.”  

 

De Regt vervolgt: “We zijn niet verplicht dit te doen. Vertegenwoordigers van de sector hebben ons gevraagd of BMC kan helpen, en voor ons is dit een gebaar van goede wil.” Kees de Regt wijst tot slot op de tarieven die afvalverwerkers rekenen: “De tarieven variëren van minimaal €75 tot €100 per ton. Dat is drie- tot viermaal het bedrag dat BMC aan niet-aangesloten pluimveehouders in rekening brengt. Uiteindelijk is het natuurlijk de overheid die bepaalt wat de meest-verantwoorde manier is om fipronilmest te verwerken en waar dat dient te gebeuren. Daarbij is de keuze op onze energiecentrale gevallen. BMC neemt de taak om dit zo snel als mogelijk en tegen reële kosten te verzorgen uiterst serieus.”


Eerste fipronilmest verwerkt door BMC Moerdijk

MOERDIJK 15 augustus 2017  -  Sinds vorige week maandag heeft energiecentrale BMC in Moerdijk zo’n 2.500 ton mest verwerkt van pluimveebedrijven die geblokkeerd zijn vanwege de fipronil die in de eieren van deze bedrijven is aangetroffen. Deskundigen zijn het erover eens dat gecontroleerde verbranding -bijvoorbeeld in een energiecentrale- een veilige en effectieve manier is om de fipronil die in de mest zit uit het milieu te houden. Nederland beschikt over zo’n centrale met BMC, gespecialiseerd in de verwerking van pluimveemest. BMC is opgericht door een deel van de Nederlandse pluimveehouders, verenigd in de Coöperatie DEP, ZLTO en PZEM. Het ministerie van Economische Zaken, de NVWA en BMC hebben met Coöperatie DEP afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder de fipronilmest in Moerdijk verwerkt mag worden. Hierdoor kunnen geblokkeerde pluimveebedrijven zo snel mogelijk en op een verantwoorde manier hun verontreinigde pluimveemest kwijt.


Hoewel BMC gespecialiseerd is in het verwerken van pluimveemest, is de komst van fipronilmest geen eenvoudige klus, stelt directeur Wil van der Heijden, van Coöperatie DEP: “Deze mest komt bovenop de mest van onze leden waarmee BMC een afnameverplichting heeft, en we hebben contractuele afspraken met intermediairs. De verwerkingscapaciteit van BMC neemt niet toe en daarom moeten we alternatieven zoeken voor een deel van de mest die volgens contract bij ons verwerkt moet worden. Dat is complex. Denk aan Spoor 2, dat aangesloten pluimveehouders verplicht hun volledige bedrijfsoverschot aan BMC te leveren in ruil voor vrijstelling van bemonstering. De mest van onze DEP-leden kan dus niet zomaar naar een alternatieve verwerker worden doorgestuurd.”


Per dag verwerkt BMC in de zomermaanden 1.250 ton pluimveemest en het produceert daarmee duurzame elektriciteit voor ruim 70.000 huishoudens. Dat kan alleen als de mest voldoet aan bepaalde eisen, zegt Luc Westdorp, operationeel directeur van BMC Moerdijk: “Ook de mest van de geblokkeerde bedrijven moet minimaal 55% droge stof bevatten: water brandt immers niet. Daarnaast is een optimale mix noodzakelijk, bestaande uit mest van vleeskuikens, leghennen, opfok en ouderdieren. Om die optimale mix te garanderen heeft BMC dagelijks contact met DEP over de aan te leveren pluimveemest. Voordat de mest verwerkt wordt, wordt deze bij ons continu gemengd. Die constante kwaliteit van de mest is essentieel voor een stabiel verbrandingsproces.”


Orgafert, de logistieke dochter van Coöperatie DEP, is verantwoordelijk voor de aanvoer van de mest van de aangesloten pluimveehouders. Nu BMC Moerdijk daarnaast ook dagelijks fipronilmest ontvangt, is het elke dag intensief puzzelen om ervoor te zorgen dat vraag en aanbod, en kwantiteit en kwaliteit in balans blijven. Met het ministerie van Economische Zaken en NVWA is afgesproken dat de energiecentrale dagelijks maximaal 350 ton mest van geblokkeerde bedrijven verwerkt. Omdat BMC Moerdijk niet vooraf weet hoeveel fipronilmest er daadwerkelijk wordt aangeleverd, en ook niet vooraf weet wat de kwaliteit en samenstelling van deze fipronilmest is, vraagt het managen van de logistiek en opslag van diverse stromen pluimveemest grote extra-inzet van zowel Orgafert als BMC.


Onder de getroffen pluimveebedrijven zijn circa 25 leden van de Coöperatie DEP, aldus Van der Heijden. “Het is de eerste taak van BMC Moerdijk de mest van onze 500 leden te verwerken en dus ook van deze 25 geblokkeerde pluimveehouders. Immers, met onze leden hebben wij een contract afgesloten met wederzijdse verplichtingen. Met hun gepland tonnage houden Orgafert en BMC Moerdijk rekening en daarom worden voor de verwerking van fipronil houdende mest van DEP-leden geen extra kosten in rekening gebracht. En daarmee komt hun investering en geloof in veilige mestverwerking nogmaals tot zijn recht. Zie het als een soort verzekering die ook alleen uitkeert aan degenen die premie hebben betaald.”


Van der Heijden vervolgt: “Wij zijn graag bereid de mest van niet-leden te verwerken, omdat we daarmee in de huidige situatie het belang van zowel onze DEP-leden als van de gehele Nederlandse pluimveesector dienen. Van niet-leden vragen wij een toeslag van minimaal 25 euro, afgezien van de kosten van transport. Laat ik voorop stellen dat ik echt begrijp hoe vervelend dat is om te horen wanneer je bedrijf is getroffen door zo’n besmetting. Maar die toeslag is noodzakelijk vanwege de kosten die we moeten maken voor de verwerking van fipronilmest. Denk daarbij aan de analyse van elke vrachtwagen met mest op fipronil en aan de kosten van extra opslagcapaciteit. Daarnaast maakt DEP kosten voor de afzet elders van mest van onze niet-geblokkeerde leden en ook de extra inzet op het gebied van administratie, bij zowel Orgafert als BMC, kost tijd en dus geld. En tot slot noem ik de risico’s die we moeten afdekken, zoals het risico op een lagere energieproductie, en dus minder inkomsten voor BMC vanwege een grote wijziging in de mix van de diverse soorten pluimveemest.”


Het is nog onbekend hoe de situatie zich de komende weken verder gaat ontwikkelen. De lijst met getroffen bedrijven neemt op dit moment nog toe en onbekend is hoe snel getroffen bedrijven weer fipronil-vrij zijn, of het ruien daadwerkelijk effectief is en of en hoe snel de vraag naar eieren weer naar het oorspronkelijke niveau terugkeert. Van der Heijden: “Ik hoop dat er snel licht aan het eind van de tunnel komt voor de pluimveehouders. We spannen ons maximaal in om de afvoer en de verwerking van mest -zonder en met fipronil- in deze onzekere tijd veilig en efficiënt te laten verlopen. Dat is niet eenvoudig maar met BMC heeft Nederland een unieke en adequate oplossing in handen.”